Aardgas wordt in gecomprimeerde gasvorm in een cilindervormige tank opgeslagen. Vanaf de tank loopt het aardgas via een stalen leiding naar de motorruimte. Het gas wordt gefilterd ter voorkoming van vervuiling van de gasinjectoren. Deze injecteren de juiste hoeveelheid aardgas op het juiste moment in de desbetreffende cilinder. Een rekeneenheid verzamelt informatie van verschillende sensoren op de motor. Door middel van software en een goede calibratie volgt de rekeneenheid de juiste strategie om het voertuig een goede drive ability en emissieresultaat te geven. De rijprestatie van auto's op aardgas is daardoor niet anders dan bij auto's op benzine, diesel of LPG. Op het dashboard bevindt zich een keuzeschakelaar, waarop u de brandstofkeuze maakt: benzine of aardgas. Tevens wordt het aardgas brandstofniveau aangegeven.